Historiek

Als kind werd Jigoro Kano veel geplaagd. Daardoor ging hij een Japanse verdedigingskunst Jiujitsu leren om zich te kunnen verdedigen. Het probleem voor Kano was dat hierbij ruwe en gevaarlijke technieken werd gebruikt. Zo kreeg hij veel blauwe plekken en had veel pijn na de trainingen.

Kano leerde de geheimen van Jiujitsu kennen door zijn meesters. Ook bestudeerde hij andere verdedigingstechnieken en lichamelijke opvoeding. Hierbij had hij de kennis om een nieuw systeem op te bouwen.

Als twintiger selecteerde hij bepaalde ongevaarlijke technieken van de Jiujitsu. Zo opende Kano in 1882 de eerste judoschool Kodokan. Kodokan is de hoofddojo (=hoofdzaal) van de judo en dit gebouw ligt in Tokio. Voor Kano was het een moeilijk begin, maar bij een grote overwinning van zijn judoka’s in een tornooi was zijn techniek bewezen. Bijgevolg werd de judo bekender. In Europa en Amerika werd de judo bekend doordat Kano zijn leerlingen over gans de wereld gestuurd heeft.

De naam judo betekent ‘Zachte Weg’. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat kracht geen rol mocht spelen. Dus een kleine, zwakke persoon zou met de juiste technieken een sterkere aanvaller kunnen tegen houden.

Hierbij werd het lichaam getraind, maar ook de geest. Het continu streven naar het verbeteren van de persoonlijkheid vond Kano dan ook heel belangrijk. Hieronder volgt zijn filosofie:

  1. Seiryoku Zenyo: dit is het principe van de juiste dingen te doen op het juiste moment. In de judo wil dit zeggen dat men de kracht van de tegenstander gebruikt om hem te val te brengen.
  2. Jita Kyoei: respect hebben voor jezelf en anderen. Dit is een opvatting die heel belangrijk is in het leven, maar ook in de judo. Zonder een tegenstander kan er geen judo aangeleerd worden. Er moet dan ook altijd respectvol gehandeld worden.

Kano streefde er dan ook naar om constant de technieken en filosofie van de judo te verbeteren. Op 4/5/1938 overleed Jigoro Kano aan een longontsteking.